Home » Recht en juridisch » Juridisch geschil over de verkoop van een onderneming?

De onderneming waar u al die jaren zo hard voor heeft gewerkt is na een lange periode onderhandelen eindelijk verkocht. U besluit het er even flink van te nemen en volop te genieten van uw succes. Na twee jaar ontvangt u plotseling een een dagvaarding van de koper van uw bedrijf. De koper vindt achteraf de koopsom te hoog en beroept zich in rechte op dwaling. Er is een juridisch geschil ontstaan. Wat nu?

Advocatenkantoor

Informatieplicht verkoper

Als verkoper heeft u een informatieplicht. Dit betekent in het kort dat u als verkoper de koper van alle relevante informatie moet voorzien die voor de koper van uw bedrijf van belang zijn. U kent uw bedrijf waarschijnlijk goed en bent daarbij natuurlijk altijd een stap verder dan de koper. Voorzie de koper van uw bedrijf daarom van zoveel mogelijk informatie, zodat u als verkoper achteraf niet verweten worden dat u niet voldaan heeft aan deze informatieplicht.

Onderzoeksplicht koper

Tegenover de informatieplicht van de verkoper, staat juridisch gezien de onderzoeksplicht van de koper van uw bedrijf. Natuurlijk is het voor de koper van uw bedrijf  qua fiscale mogelijkheden en allerlei juridische risico’s van het grootste belang dat deze een accuraat en gedegen onderzoek doet. De koper heeft juridisch gezien een onderzoeksplicht om te voorkomen dat deze niet goed wordt geïnformeerd. Mocht achteraf blijken dat de verkoper de koper onjuist of niet volledig heeft geïnformeerd over zaken die relevant zijn voor de verkoop, dan kan de koper eventuele schade neerleggen bij de verkoper.

Juridische verplichtingen koper en verkoper

Samengevat hebben zowel de verkoper als de koper een juridische verplichting naar elkaar om relevante informatie ter beschikking te stellen alsook deze informatie te controleren. Partijen moeten dus een gepaste zorgvuldigheid richting elkaar betrachten.

Dwaling

De definitie van dwaling is te vinden in het burgerlijk wetboek 6, Artikel 228 en hier staat het volgende:

1. Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:
a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;
b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;
c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.
2. De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.

(Bron: Burgerlijk Wetboek 6, artikel 228 dwaling)

De juridische term dwaling betekent letterlijk het geven van een onjuiste voorstelling van zaken. Dwaling is een wilsgebrek. Heeft de koper gedwaald, dan had deze de onderneming niet gekocht indien deze een juiste voorstelling van zaken had gehad. Andersom kan ook de verkoper dwalen. Als er sprake is van dwaling is de overeenkomst vernietigbaar en kan de verkoop worden teruggedraaid, waarbij de verkoper de koopsom moet terugbetalen aan de koper en de koper de onderneming weer teruggeeft aan verkoper. In de praktijk kan dit leiden tot allerlei vervelende en nare situaties omdat de koper de onderneming in dit voorbeeld reeds een jaar heeft bestuurd.

Conclusie

Heeft de verkoper niet voldaan aan zijn informatieplicht dan kan de koop dus ongedaan worden gemaakt. Heeft de koper niet voldaan aan de onderzoeksplicht, dan kan de koper van uw bedrijf geen beroep doen op dwaling. Hierbij is wel te verstaan dat "wie eist bewijst", de eiser dient dus te bewijzen. In dit voorbeeld dient de eiser te bewijzen dat deze voldaan heeft aan de onderzoeksplicht en tevens dat de verkoper een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. In de praktijk is dit niet gemakkelijk waardoor een beroep op dwaling dan ook meestal, wegens gebrek aan bewijs, zal worden afgewezen.

Ga voor meer informatie naar de website van Blankestijn en Oortman, een advocatenkantoor Hengelo specialist in contractenrecht en dwaling.