Home » Eten en voedsel » De zin van voedingssupplementen

Veel mensen slikken vitaminepillen, poeders en bruistabletten. Een extra stoot vitamines is toch gezond? En baat het niet, dan schaadt het zeker niet. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat voedingssupplementen nodig of nuttig zijn. Ondanks de groeiende trend om dit soort producten te promoten en de komst van de gezondheidswinkel. Ter voorkoming of genezing van een verkoudheid tot de preventie of behandeling van hart- en vaatziekten. En zelfs van kanker.

Mineralen en extracten in tabletvorm, multivitamines in poeders of capsules. Heeft het überhaupt zin om deze voedingssupplementen in te nemen? En hebben ze daadwerkelijk effect? In sommige omstandigheden kunnen bepaalde supplementen wel zinvol zijn. Het is bijvoorbeeld aan te raden voor zwangere vrouwen, baby’s tot drie maanden, kinderen tot vier jaar en ouderen. Een vitaminepil kan dan zeker een prima aanvulling zijn.

In Nederland heeft vrijwel niemand een tekort aan vitamine. Toch worden geregeld pilletjes of poedertjes ingenomen of drinkt men een gezonde shake. Bijvoorbeeld voor wat extra vitamine C. Je voorkomt er geen griep of verkoudheid mee, maar je bent wel weer sneller beter. Zie het innemen van vitamine echter wel als ‘extra’, want het is geen vervanging van een volwaardige maaltijd. Gezond voedsel bevat namelijk nog vele andere belangrijke stoffen, die niet in een vitaminesupplement zitten.

Opnemen

De stoffen die in een voedingssupplement zitten, worden in de meeste gevallen verwerkt in tabletten, poeders of capsules. Hierdoor is het voor de mens gemakkelijker om in te nemen en wordt het ook beter en sneller opgenomen in het lichaam. Ook zijn er voedingssupplementen, zoals het niet verteerbare tarwegraszaad, die in kauwgomvorm te koop zijn.

Wie normaal en gezond eet (zoals groente, fruit, volkoren brood, zuivel en gezonde vetten), heeft eigenlijk geen voedingssupplementen nodig. Hij kan beter de nodige variatie in zijn voedselpatroon aanbrengen, zodat hij van alle voedingsstoffen de benodigde porties binnen krijgt. Tegelijkertijd is het niet slecht om een voedingssupplement in te nemen. Maar dan vooral als aanvulling op gezond eten.

Je kunt dan denken aan pasgeboren baby’s, die extra vitamine K nodig hebben om (hersen)bloedingen te voorkomen (niet te verwarren met herseninfarct). Maar ook peuters tot pakweg vier jaar. Zij hebben vitamine D nodig voor een goede botopbouw en stevige tanden. Ook zwangere vrouwen zijn gebaat bij voedingssupplementen, zoals foliumzuur. Belangrijk om een open ruggetje bij het ongeboren kind te voorkomen.

Voor de oudere doelgroep van zestigplus kan het extra innemen van vitamine D-tabletten geen kwaad. Dit om de botafbraak minimaal te houden. En wie bepaalde producten niet eet, zoals vlees, zuivel of vis, wordt ook aangeraden om een voedingssupplement te nemen. Dit geldt ook voor mensen die vegetariër zijn of die veel medicijnen gebruiken.